Mijn Keunstwurk

Toekomst van de amateurkunsten-spanningsveld tussen behouden en vernieuwen

28 oktober 2015

Alleen als de Culturele Hoofdstad impulsen geeft met een blijvend effect voor de amateurkunsten, dan wordt 2018 misschien toch nog een feestje zonder kater. Dat was ongeveer de strekking van het opiniestuk dat Hans Brans, adviseur bij Keunstwurk, schreef voor de Moanne. Zo soepel loopt het namelijk niet in de wereld van de blazers, toneelspelers, zangers en schilderaars en het vraagt een vernieuwingsslag als we na het Culturele Hoofdstadjaar nog echt iets te vieren willen hebben. Beleidsmakers, ondersteuners, scholingsinstellingen en vertegenwoordigers van de amateurkunst staken woensdag 14 oktober de koppen bij elkaar en gingen in gesprek over de toekomst van de amateurkunst in Fryslân.

Het debat over vernieuwing van de amateurkunst is de eerste in een reeks van vier over Kunst in Fryslân, die is opgezet door Keunstwurk en de Moanne. Leeuwarden Culturele Hoofdstad nadert met rasse schreden en het is belangrijk om de gedachten eens los te woelen over welke richting we op willen met de kunsten. Zijn onze verwachtingen van de kunsten realistisch en hoe zorgen we ervoor dat er ook na 2018 nog wat valt te beleven? Er komen bovendien een nieuwe cultuurnota’s aan bij provincies en gemeenten voor de periode 2017-2020 en dan is dit het moment om in gesprek te gaan over welke keuzes er zouden moeten worden gemaakt.

Maatschappelijke rol van amateurkunst
Brans legt uit: “De amateurkunsten staan op een historische scheidslijn. Dat heeft te maken met allerlei maatschappelijke veranderingen: de samenleving fragmentariseert, men verkiest flexibiliteit boven vastigheid en mensen ontlenen in toenemende mate hun identiteit aan hun culturele ‘omgeving’ (in plaats van aan klasse of religie). En dan zijn er nog de gevolgen van de crisis. Die heeft ook in Friesland zijn sporen achtergelaten in de amateurkunst. Bij theater, dans en muziek zie je dat er gaten zijn gevallen. Tegelijkertijd wordt de amateurkunst nu herontdekt door de politiek als een maatschappelijke factor om ‘de boel bij elkaar’ te houden. De vraag is of de amateurkunsten die maatschappelijke rol wel aan kan en wat daar dan voor nodig is. Hoe moet de broodnodige vernieuwing in de amateurkunsten eruit zien?

Om te beginnen is het onderscheid tussen kunst en cultuur daarbij van belang, zo betoogt Harrie Reumkens, organisator van het Wereld Muziek Concours in Kerkrade. Het scheppen van ‘culturele waarden’, is een maatschschappelijke functie van amateurkunst. Hier ligt nog een veld aan onontdekte mogelijkheden en initiatieven in die richting verdienen ondersteuning.

Maar kunst is niet hetzelfde als cultuur. Brans: ‘Amateurkunst kan alleen een goede sociale functie hebben als het niet de verplichting krijgt om die te hebben. Kunst gaat over vrijheid, verbeelding, fantasie en het inslaan van nieuwe wegen.” Daarvoor is ruimte nodig.

Om die ruimte en zelfstandigheid op artistiek gebied te bieden en tegelijk de maatschappelijke rol van amateurkunsten te stimuleren is meer afstemming tussen alle partijen een absolute noodzaak

Brans pleit daarom voor een convenant waarin provincie, gemeenten, ondersteuners en scholingsinstellingen samen vaststellen hoe men hiaten kan opvangen, hoe nieuwe initiatieven ontlokt en ondersteund kunnen worden en wie daarbij wat doet.

Investeren of niet?
Volgens wethouder Sjoerd Feitsma is het belangrijk om na te gaan wat de doelstelling van zo’n convenant zou moeten zijn. Op dit moment biedt de gemeente al podia en ruimte aan amateurkunstenaars om te laten zien wat ze doen. Een debatavond vindt hij nuttig om cultuur verder te krijgen in brede zin, het aantal participanten moet bijvoorbeeld groeien. Dat daar een kostenplaatje aan zit, is volgens Sicco Cleveringa van bureau CALL-XL niet gek. Cleveringa: “Als het wat waard is, kost het ook wat. Cultuur wordt hoog gewaardeerd door de samenleving en het is een collectief goed, dus het is niet meer dan normaal om erin te investeren”.

Harrie Reumkens ziet om zich heen dat de gemeenschap snel verandert en de amateurkunsten conservatief zijn in opzet. Zij hebben grotendeels de aansluiting met de gemeenschap verloren. Maar succesvol veranderen kan alleen als de vernieuwing van onderop komt, niet van bovenaf. Volgens Reumkes begint vernieuwing in de amateurkunsten dan ook niet met geld, maar met een bewustzijn bij verenigingen en amateurkunstenaars: waar zijn we mee bezig, hoe spelen we weer een rol?

Verbeeldingskracht en competitie
Volgens Cleveringa kan de vernieuwing vanuit de kunsten zelf komen. Misschien past een fenomeen als HaFaBra, zoals die tot nu toe functioneert, niet meer bij de gemeenschap van deze tijd en de behoeftes die daar leven. Om die mismatch op te lossen, heb je verbeeldingskracht nodig en kunst creëert speelruimte waarin je nieuwe scenario’s kan uitproberen. Reumkens denkt ook dat het competitiever kan in de amateurkunsten: “Een wedstrijdelement toevoegen, heeft vaak een positief effect. Een orkest kan bijvoorbeeld een jonge topdirigent aantrekken, met wie het prijzen wint bij concoursen. Belangrijk is om daarna de winst zelf vast te houden.”

Feitsma vertelt dat de gemeente hierin kan faciliteren door met geld over de boeg te komen, maar ook door te zorgen voor ontmoetingen. “Als mensen elkaar leren kennen en nieuwe ideeën bedenken, ontstaat er energie. Dat is de dynamiek die we nodig hebben.” Er moet wel een visie achter zitten, zoals bij het cultuureducatiebeleid. Feitsma: “Door dat de integreren op basisscholen, komen veel meer kinderen in aanraking met kunst. De drempel is verlaagd en misschien stromen er straks meer kinderen door van amateurkunst naar de professionele kunsten.”

Een nieuwe structuur
Dineke Zwiers, directeur van Kunstkade, beaamt het belang van kunsteducatie op school. “In tegenstelling tot op de Brede School waar alle activiteiten vrijwillig en vrijblijvend waren, wordt er nu concreet meer aan muziek gedaan. Kinderen maken breed kennis in de klas en wie door wil, kan dat met hulp van het Cultuurfonds”. De sleutel voor vernieuwing in de amateurkunsten ligt volgens haar dan ook bij educatie van kinderen. De amateurkunsten zullen dan echter wel de aansluiting moeten vinden bij cultuureducatie in het onderwijs, en omgekeerd.

Voorzitter Hedzer Klarenbeek van het Leeuwarder Kamerkoor vertelt dat zijn koor kampt met vergrijzing en moeite heeft met het aantrekken van nieuwe leden. Zijn vraag is hoe je een nieuwe structuur vindt in iets waarin ieder zijn eigen weg moet zoeken. Voor zijn koor is het vaste verenigingsverband in elk geval niet meer heilig. Men werkt nu met een aantrekkelijk meerjarenprogramma, waarin onder meer projectzangers worden aan getrokken.

Daar tegenover wordt een nieuw initiatief geopperd, geïnspireerd op het ‘Shouting Fence’ project in Israel/Palastina, waar muzikanten aan weerzijden van de beruchte grensmuur met elkaar communiceerden. Projecten met een dergelijke concrete maatschappelijke impact zijn in Friesland ook mogelijk.

Jelle Weselius, de voorzitter van de Stichting Amateurtoneel Fryslân vertelt dat er binnen de wereld van het amateurtoneel vooral behoefte is aan begeleiding en aan nieuwe ideeën. Toch is hij positief gestemd over de status van het amateurtoneel: er zijn al veel creatieve vormen van toneel en veel actieve beoefenaars. “Laat toneel gebeuren. Geef het de ruimte om gestimuleerd te worden.”

Behouden of vernieuwen?
Bij het einde van het debat, merkt Feitsma op dat het gesprek niet zozeer meer gaat over manieren waarop we de amateurkunsten kunnen vernieuwen, maar eerder over behouden. Er is bijvoorbeeld niet gesproken over de rol van nieuwe media of kanalen als YouTube. Deze enkele debatavond levert dan ook niet genoeg op om vast te stellen welke vernieuwingsslag er precies moet worden gemaakt in de amateurkunsten. Er is daarvoor nog te weinig analyse van de culturele dynamiek in dorpen en steden en veel stemmen zijn nog niet gehoord. Zo’n analyse zou niet alleen de knelpunten en problemen moeten vaststellen, maar ook moeten laten zien waar nieuwe kansen en mogelijkheden liggen.