Mijn Keunstwurk

Landelijke VerenigingsMonitor

7 februari 2019

Muziekverenigingen, koren, schilder-, foto- en filmclubs, toneel- en dansverenigingen zijn een belangrijke voorziening voor een groot deel van de kunstbeoefenaars in Nederland. Maar we weten nog weinig over deze kunstverenigingen. Daarom is het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA) een grootschalig onderzoek gestart waarin zij kijken naar organisatiekracht, artistiek aanbod en maatschappelijke oriëntatie van verenigingen: de VerenigingsMonitor. In deze publicatie vind je de landelijke resultaten.

De monitor bestond uit een digitale vragenlijst. Hierin kwamen de volgende onderwerpen aan bod: leden, vrijwilligers, financiën, accommodaties, activiteiten, samenwerking en bereik. Meer dan 800 verenigingen vulden de vragenlijst in.

Korte samenvatting

De helft van de verenigingen is wat organisatiekracht betreft krachtig tot zeer krachtig. Zij zijn goed in staat om nu en in de toekomst artistieke activiteiten aan te bieden aan huidige en potentiële leden. Ruim een derde is weinig krachtig en 12% is kwetsbaar. De grootste knelpunten hebben alle te maken met organisatiekracht: geringe aanwas en vergrijzing van leden, afname van inkomsten uit subsidie, contributies en sponsoring, en moeite om geschikte bestuursleden te vinden.

Hoewel gezelligheid voor de meeste verenigingen de belangrijkste doelstelling is, heeft drie kwart ook een sterk tot zeer sterk artistiek aanbod. Ze bieden de leden veel mogelijkheden om hun kunstzinnige activiteiten te beoefenen en zich daarin te ontwikkelen, vaak onder begeleiding van een hbo-opgeleide artistiek begeleider.

Een vijfde van de verenigingen richt zich op maatschappelijke activiteiten of taken. Zij werken veel samen met andere partners, ontwikkelen activiteiten rond maatschappelijke thema’s of voor speciale doelgroepen, en organiseren andere activiteiten dan het reguliere aanbod. Maar de meeste verenigingen zijn niet tot weinig maatschappelijk georiënteerd.

Veel verenigingen bestaan al lang – veruit de meeste langer dan 20 jaar – en tonen zich daarmee een duurzame en bestendige voorziening voor kunstbeoefening. Door dit monitoronderzoek elke drie jaar uit te voeren willen we een beeld schetsen over een langere periode en zo beter zicht krijgen op ontwikkelingen in deze sector. Deze informatie en trends helpen gemeenten, koepelorganisaties en ondersteunende instellingen bij het maken van nieuw beleid voor amateurkunst, zodat de vereniging ook in de toekomst een belangrijke voorziening voor kunstbeoefening blijft.

Naar de VerenigingsMonitor