Mijn Keunstwurk

Bijeenkomst voor jonge makers in Neushoorn | 5 februari 2019

Door:
Nina Peckelsen
Door:
Nina Peckelsen

Een knallend feest met ambtenaren en kunstenaars van allerlei pluimage, een pleidooi voor elitaire kunst met de neus hoog in de lucht en een als tweede woonkamer fungerende ruimte voor informele uitwisseling tussen makers; zomaar een kleine greep van de ideeën die naar boven borrelden tijdens een bijeenkomst voor Friese jonge makers afgelopen 5 februari. Samen met LF2028 had Keunstwurk dit treffen op poten gezet, om onder de nieuwe generatie van cultuurmakers de volgende belangrijke vraag te stellen: hoe geven we die veelbesproken nalatenschap of legacy van 2018 samen vorm?

Jonge makers in de Neushoorn: “We willen ‘je’ kunnen zeggen tegen de instanties.”

Sjoerd Bootsma van LF2028 stelde bij het verwelkomen al verheugd vast dat de Neushoorn veel voller zat dan gedacht, met ook een flink aantal onbekende en nieuwe gezichten. Hij vertelde dat hij zelf als jonge maker al vanaf 2008 betrokken was geweest bij de eerste opzet van de Culturele Hoofdstad, en dat het daarom ook zo belangrijk was om met de generatie van nu tien jaar vooruit te blikken. Bootsma, jonge vader, verwoordde het zo: “Onze legacy is jullie toekomst, net als jullie legacy de toekomst zal zijn van mijn dochter”.

Te gast waren onder andere Maaike Beckers, beleidsadviseur voor cultuur bij de provincie, en Lisa van Hijum, beleidsadviseur sociaal domein met als aandachtsgebied cultuur bij gemeente Leeuwarden. Bootsma wilde van hen vooral weten wat de aanwezigen aan hen zouden kunnen hebben. Beckers sprak daarbij kort over de mogelijkheden om bij provinciale instellingen aan te kloppen die zich bezighouden met cultuur, subsidies en andere regelingen. Ook We The North werd genoemd – het gezamenlijk cultuurprogramma tussen de drie noordelijke provincies en de gemeentes Assen, Groningen en Leeuwarden.

Van Hijum gaf aan vooral in te willen spelen op het eeuwige spanningsveld tussen gemeente en kunstenaars op het gebied van ruimte; jonge makers willen een betaalbare broedplek, de gemeente wil vastgoed vooral afstoten voor een redelijke prijs. Met de input van deze middag hoopte Van Hijum bij de gemeenteraad de behoeften van de creatieve sector nog eens goed duidelijk te maken, zodat deze meegenomen kunnen worden in de volgende Cultuurnota.

Met een viertal vragen werd het publiek daarom in verschillende groepen uiteengestuurd, om met de dienstdoende gespreksleiders kenbaar te maken hoe de toekomst vormgegeven zou moeten worden. Uit de daaropvolgende voorstelrondjes kwam mooi naar voren hoe divers het aanwezige gezelschap was; eventmanagers zaten naast acteurs, de artistiek leider van Tryater naast een zangeres. “Oh, ze bestáán hier,” verzuchtte een jonge kunstenaar opgelucht bij het zien van zo’n grote en verscheiden opkomst.

“Je wint niet van de moestuin”

Meerdere aanwezigen gaven aan dat de Culturele Hoofdstad een geheel nieuwe wind had laten waaien door het Friese landschap, waardoor duidelijk werd dat ook hier een heleboel mogelijk is. Daarbij kon natuurlijk niemand heen om dat grote woord van 2018: mienskip. Een project als ‘Under de Toer’ werd alom geroemd om de prachtig verlopen samenwerking tussen amateurs en professionals in de kunsten, en zou volgens de aanwezigen eigenlijk een vervolg moeten krijgen. Kunst werd zo minder als exclusieve luxe gepresenteerd en breed gedragen, waardoor in de toekomst wellicht meer mensen er ‘gewoon eens’ gebruik van gingen maken.

Waar het door het grootste gedeelte van de aanwezigen als bijzonder en enorm verrijkend ervaren werd om zoveel projecten met het brede publiek te zien, waren er ook enkele kritische noten. “Nu is de tendens eerder dat iederéén een kunstenaar is, terwijl ‘professioneel’ een vies woord lijkt,” aldus een theatermaakster. “Als ik een subsidieaanvraag doe voor een project met professionele acteurs, terwijl een andere kunstenaar uit datzelfde potje geld voor een gemeenschapsproject met een moestuin wil, dan weet ik waar het geld heen zal gaan. Je wint niet van de moestuin,” vulde haar buurvouw aan. Er werd dan ook gepleit voor meer diversiteit in het culturele aanbod, waar mienskipskunst kan bestaan naast het elitaire en pretentieuze – zodat Friesland uit kan stijgen boven het middelmatige maaiveld. Een nieuw vorm te geven festival voor professionele kunstenaars, met een tijdelijke vrijhaven voor snobisme en hoog in de lucht staande neuzen, werd dan ook als tegenbeweging aangedragen.

Het P-woord

“Friesland is ontwaakt, en Leeuwarden al helemaal,” klonk het in het publiek. Mensen met creatieve beroepen wisten elkaar sinds 2018 nu veel beter te vinden, ook door het aanbod van tijdelijke ontmoetingsplekken als De Stadsoase. Op de vraag waar jonge makers momenteel het meest wakker van liggen in de provincie, klonk in het antwoord dan ook duidelijk het welbekende P-woord door: het gebrek aan een Plek! Theatermakers, muzikanten, festivalproducten en scriptschrijvers; allemaal voelden ze het gemis van gezamenlijke ruimtes. Hier zou dan dan idealiter uitwisseling plaatsvinden tussen allerlei disciplines, hier zou worden geëxperimenteerd, hier zouden nieuwe dingen ontstaan.

De ideeën over deze nieuwe plek borrelden lustig omhoog: de kennis van de kunstwereld, subsidies en de verschillende instellingen wordt hier gedeeld tussen ervaren kunstenaars en de jonge honden, om zo elkaar op weg te helpen en te bestuiven met nieuwe ideeën. Ook geeft dit de kans aan de gebruikers van deze ruimte om Friesland naar buiten toe te vertegenwoordigen, en zo het artistieke Noorden een geheel eigen smoel te geven. Het traditionele en ‘eigene’ van de provincie wordt dan voornamelijk benadrukt, maar zonder er krampachtig aan vast te houden. En hoewel de Friese volksaard vooral bescheidenheid ademt, mag hier ook uitbundigheid naar buiten knallen. Tegelijkertijd moet deze plek fungeren als springplank voor jong talent, zodat zij op nationaal en internationaal niveau makkelijker aan de slag kunnen. Ook het idee voor een kunstruimtemakelaar borrelde in dit gesprek naar boven; iemand die als een spin in het culturele web kijkt in welke loze hoeken en gaten van onze provincie kunstenaars voor bepaalde tijd aan de slag kunnen.

Uiteraard werd er stilgestaan bij het welbekende probleem van de startende kunstenaar, want hoe begin je met niets? Met de aanwezige vertegenwoordigers van atelierverhuurders, waaronder Dennis Mous van De Doas aan de Cornelis Trooststraat in Leeuwarden, werden dan ook discussies gevoerd over de (on-)mogelijkheid van het betalen van soms riante bedragen voor ruimtes. Vooral theatermakers, die vaak veel stekkende vierkante meters nodig hebben voor het ontwikkelen van voorstellingen, hadden veel moeite om betaalbare onderkomens te vinden.

Elkaars taal spreken

Het belang van bijeenkomsten als deze in de Neushoorn werd weer volkomen duidelijk toen Mous zei dat er altijd gesprek mogelijk was over geldzaken, en ook Douwe Zeldenrust deed een duit in het zakje door de sleutel van de repetitieruimten van Keunstwurk in de weekenden aan te bieden aan die makers die de ruimte wel konden gebruiken. Er werd vervolgens opgemerkt dat dit soort toezeggingen voortkomen uit vertrouwen en gesprek; vaak worden mooie kansen onbenut gelaten als gevolg van het niet kennen van elkaar. Het contact tussen instanties en kunstenaars kon daarom op sommige fronten een stuk beter. Samenwerking tussen dit soort instellingen, waarbij een soort platform voor artistieke projecten wordt gecreëerd door bijvoorbeeld NHL Stenden en Keunstwurk, werd daarbij een goed idee bevonden. Hiermee kun je ook jonge en nieuwe makers faciliteren, makers bij elkaar brengen, en zo ontstaat er een nieuw netwerk. De weg naar de culturele instellingen werd naar verloop van tijd nog wel gevonden door jonge kunstenaars, maar vooral bij de overheid leek men soms een andere taal te spreken.

Met name in de gesprekken met Van Hijum van de gemeente Leeuwarden kwam dit duidelijk naar voren; de aanwezigen wilden weten wat deze instantie, die vooral een faciliterende rol wil innemen, verwachtte van de culturele sector. “Waar wordt de gemeenteraad, bij gebrek aan een beter woord, nou eigenlijk geil van?” vroeg een theatermaker zich hardop af. Van Hijum legde daarop uit dat de raad vooral op papier werkte, en eigenlijk maar weinig contact had met de werkelijke kunstenaars in kwestie. Daar lag ook voor de aanwezige jonge makers een rol in besloten: verenig je en word zichtbaar! Contact moet van beide kanten komen, men moet elkaars taal leren spreken; de ene spreekt geld, de ander artistiek. “We willen ‘je’ kunnen zeggen tegen de instanties,” vatte een acteur het treffend samen.

Het idee voor een groot knallend feest voor zowel ambtenaren als kunstenaars werd met veel oplichtende gezichten onthaald – een moment om informeel met elkaar in gesprek te komen en elkaar te leren kennen, was volgens vele aanwezigen hard nodig. Op zo’n bijeenkomst zou het dan ook veel makkelijker zijn om te praten over die eeuwige stereotype tegenstander van de vrije kunstenaar: de wet- en regelgeving, die vaak spontane en aparte artistieke projecten in de weg lijkt te staan. Een open gesprek over het loslaten van alle hokjes en de vastgeroeste ideeën over wat kunst is en waar het thuishoort – zoals het voorbeeld dat een theatermaker alleen maar stukken voor in de officiële theaters van Friesland maakt, en een kunstenaar schilderijen in een galerie wil hangen – zou daar ook bijzonder goed op zijn plek zijn. Bovendien zouden hier niet alleen kunstenaars onderling uit kunnen wisselen, maar ook de verschillende overheden over het samen ondersteunen van veelbelovende projecten.

Helpende handen

Deze ondersteuning mocht volgens de aanwezigen wel een stuk structureler dan gebruikelijk; het voelde voor velen alsof zij bij elke subsidieaanvraag weer opnieuw het wiel moesten uitvinden, en dat vervolgprojecten meteen al geen kans maakten. Met structurele subsidie zou het juist mogelijk worden om eens voort te bouwen op bestaande succesnummers, en zo een naam op te bouwen en de artistieke traditie van de provincie op een hoger plan te tillen. Als er dan ook nog meer tijd en ruimte gegeven zou kunnen worden om projecten fatsoenlijk op te zetten, kon dat alleen maar goed zijn. Naast de financiële prikkel zouden de instellingen en overheden juist ook structureel kunnen helpen door het ter beschikking stellen van de eerder al genoemde Plek, waar vervolgens kennis en expertise gedeeld wordt. Daarnaast werd het opgemerkt dat ook de culturele sector zélf actie moest ondernemen: theaters zouden bijvoorbeeld voor langere tijd dezelfde makers aan kunnen trekken, zodat deze de kans krijgen om écht te laten zien wat ze in huis hebben. Zo kan de kunstsector ook zelf zorgen voor spannende projecten, zodat het brede publiek meer en meer verleid wordt om vooral gebruik te maken van het artistieke aanbod in de provincie.

Hoewel er werd opgemerkt dat Friesland al een mooie rits aan interessante festivals heeft, denk aan Into the Great Wide Open en Explore the North, misten de aanwezigen een feest specifiek gericht op jonge Friese makers. Onder naam van Jonge Leeuwen (podium en experiment) zou hier een podium geboden moeten worden om interdisciplinair te experimenteren en te talenten te ontwikkelen.

Verenig en bestorm

Er werden verder plannen gemaakt om de dag na de bijeenkomst, 6 februari, in groten getale de zogenaamde ‘broedplaatsdiscussie’ van de gemeenteraad te ‘bestormen’. Hier zou worden besproken hoe er in de toekomst beleid gevoerd moet worden op het gebied van ateliers en culturele broedplaatsen – uiterst belangrijk voor jonge makers! Als zij zich lieten zien op de tribune en tijdens de spreektijd van deze discussie, zou duidelijk een signaal afgegeven worden naar de zittende gemeenteraad over het belang van betaalbare ruimte.

De ‘legacy’

Dat de gesprekken en discussies van deze bijeenkomst in vruchtbare bodem vielen, bleek wel toen Bootsma de zaal maar moeilijk stil kreeg bij zijn slotwoord aan het einde van de middag. Groepjes waren gevormd, het woord ‘samenwerken’ viel meermalen, afspraken werden gemaakt. Aan de oproep om vooral het e-mailadres achter te laten voor meer informatie over een vervolgbijeenkomst werd massaal gehoor gegeven. Er werd, zowel door de organisatie als de deelnemers, opgemerkt dat het in dit treffen niet direct tot hele concrete afspraken gekomen was om de nalatenschap van 2018 vorm te geven, maar enkele interessante ideeën kwamen zeker voorbij.

Interactieve voorstellingen als Partime Paradise en Lost in the Greenhouse werden daarbij als prachtige voorbeelden aangehaald, waar vooral in 2028 vervolg aan zou moeten worden gegeven. Het Nachtkijkersfestival, waar na zonsondergang films worden getoond op een campingterrein, kon op evenveel lof rekenen. Zo’n project zet vervolgens de deur voor een underground filmfestival en eetcafé weer een stukje verder open. Een artistieke campagne voor biodiversiteit, geënt op Kening van ‘e Greide, moest vooral ook verder worden uitgebouwd. Een theaterschool voor mensen met een beperking kwam voorbij. Maar ook gewoon elitaire kunst mogen maken, met kwaliteit en anders denken. En wat te denken van een underground cinema en eetcafe. Ook was er een oproep aan de overheden: ga pragmatisch om met wet- en regelgeving, flexibiliteit met regels, hokjes denken loslaten en meer samenwerking tussen overheden.

Het probleem van de vergrijzing en leegloop van de provincie zou aangepakt kunnen worden door projecten te ontwikkelen voor jongeren in de leeftijdscategorie nét voor het kritieke punt van studeren, zodat ze minder snel weg zullen trekken. De ‘achterblijvers’, de ouderen, zouden ook meer betrokken moeten worden in dit soort ondernemingen.

Naast het goed onthalen van deze prachtige ideeën overheerste vooral de blijdschap over het ontmoeten van elkaar bij deze bijeenkomst. Zo was deze middag een goede eerste stap om elkaar leren kennen, om samenwerking te faciliteren en om elkaar vooral snel weer te zien. Rondkijkend door de zaal kon dan eigenlijk worden vastgesteld dat vooral dit samenkomen deel is van de legacy van 2018 – er is weer ontdekt dat de provincie vol zit met cultuur op alle vlakken, en dat we tot grootse dingen in staat zijn. Met deze bijeenkomst kan dan ook hopelijk een duurzaam netwerk / platform opgebouwd worden, van waaruit de Friese jonge maker naar buiten kan treden als zijnde de levende nalatenschap van het grote feest van 2018.

Dit is een blog van Nina Peckelsen in opdracht van Keunstwurk en LF2028

Foto: Friesch Dagblad

Contactpersoon
Judith BaarsmaAdviseur Stipe
Werkdagen:ma, do
Telefoon:058 234 34 46