Mijn Keunstwurk

Dwarskijkers: met brave kunst geen echte impact

Door:
Froukje Stuursma
Door:
Froukje Stuursma

De boel flink ontregelen in de stad. Lantaarnpalen uit de grond trekken en veel gedoe veroorzaken. Maandenlang samen klooien, niet per sé met een doel. Niettemin ontstaat er zo wel een dialoog, maar daarin is discussie belangrijker dan overeenstemming vinden. Tijdens de eerste Dwarskijker van Keunstwurk en LAB LWD wordt duidelijk dat dit het spel is dat gespeeld moet worden om met kunst tijdens Leeuwarden-Fryslân 2018 een bijdrage te leveren aan een Iepen Mienksip.

Door: Froukje Stuursma

Dwarskijkers is een serie van drie bijeenkomsten waarin wetenschappers, kunstenaars en bestuurders zich uitspreken over de uitdagingen van deze tijd en de rol die kunst en cultuur daarin kan of moet spelen. De lezingen vinden plaats in het kader van De Reis, het community-art project dat Keunstwurk produceert in opdracht van Leeuwarden-Fryslân 2018. De eerste Dwarskijker op donderdag 8 oktober in de ARKfryslân in Leeuwarden ging over de vraag welk spel er gespeeld moet worden om met kunst en cultuur een bijdrage te leveren aan Iepen Mienskip: het thema van het bidbook.

Cultuur, kunst en het spel
Pascal Gielen, hoogleraar kunstsociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, legt uit wat er met de centrale begrippen cultuur, kunst en het spel wordt bedoeld en wat ze kunnen betekenen in de samenleving. Ten eerste gaat cultuur over een way of life: het zijn de regels, structuren, rituelen en gewoontes in onze samenleving. Met cultuur geven we zin aan onszelf en ons bestaan en het is daarmee het belangrijkste fundament waarop we staan. Kunst is daarentegen de onmaat die we nodig hebben om dit coherent van regels en gewoontes open te breken. Tussen beide begrippen heerst zodoende een interessante dialectiek.

Gielen ziet socialiseren, kwalificeren en subjectiveren als de drie hoofdbezigheden van culturele organisaties, actoren en kunstenaars. Met het eerste begrip bedoelt hij dat cultuur helpt om mensen in een sociale orde te brengen, als ware te integreren. Met kwalificeren verwijst hij naar de jury’s en commissies die alsmaar een oordeel vellen over wat goede en wat slechte kunst is. Subjectiveren is tenslotte vooral waar kunst een rol in speelt. Kunst kan namelijk een ander beeld of opvatting geven van de samenleving die je kent en je opvattingen in de war maken of als een klap in het gezicht werken.

Dat is ook waar het spel om de hoek komt kijken. Het spel staat namelijk buiten het gewone leven en de regels van de werkelijkheid. Het is bovendien vrij en belangeloos, zo speelt geld er geen rol in. Als laatste gaat het spel vooraf aan cultuur: het spel is het fundament van cultuur en cultuur bouwt op het spel. Dat betekent ook dat het spel geen moraal kent, het is immers geen cultuur.

Dissensus
Om na te gaan welke rol kunst en het spel in de samenleving kunnen hebben, schetst Gielen een beeld van de wereld van vandaag. Die ziet hij als een natte, vlakke plek. We leven in een netwerkmaatschappij waarin we vogelvrij surfen op de oppervlakte, van project naar project. In deze wereld refereert kunst ook niet meer naar tradities of kunstgeschiedenis, maar verwijst het alleen nog maar naar zichzelf of elkaar. De hedendaagse kunst verhoudt zich niet meer tot het verleden en daarmee verliezen we volgens de spreker diepte en grandeur.

Gielen denkt juist dat kunst drie belangrijke rollen kan spelen in de samenleving. Ten eerste biedt het autonome ruimte om het spel met de maatschappij te spelen: kunst kan een voorstelling geven van andere mogelijke samenlevingsvormen en de gemeenschap zodoende openrekken. Verder kan kunst van belang zijn in het socialisatieproces en het vormen van een identiteit. Als laatste kan kunst subjectiveren, ofwel de regels van het spel in vraag stellen. Daarmee voedt kunst het ‘gemeen’ en dan heeft Gielen het niet over het gemeenschappelijke, maar juist over een status van permanente ruzie in een samenleving. De spreker gebruikt hiervoor de term dissensus, als tegenhanger van consensus. De dissensus die kunst teweegbrengt, is volgens Gielen de kern van wat een Iepen Mienksip kan samenhouden.

Coöperatie 2018
Het spelletje van dissensus is eigenlijk precies wat de organisatie van Culturele Hoofdstad heeft gespeeld in aanloop naar de titel. Klaas Sietse Spoelstra, één van de initiatiefnemers van Leeuwarden-Fryslân 2018, legt uit dat het idee voor het bidbook ontstond naar aanleiding van een gebrek aan visie op waar het naartoe moest met Friesland. Allerhande veranderingen in de wereld roepen vragen op en hij bemerkte dat er bij de bestuurders en politici weinig ideeën waren over het toekomstbeeld van de regio. Culturele Hoofdstad van Europa zag hij met een groep zelfstandigen als een kans om daarover te mogen meepraten.

Voor Spoelstra is 2018 geen project, maar een ontwikkelproces. Het gaat daarin volgens hem om de rode draad en de manier waarop het proces van onderop wordt vormgegeven in plaats van de organisatiestructuur of wie de baas is. Dat zorgde echter wel voor onbegrip bij de jury van het Europese programma. Het organisatieschema stond in het bidbook bijvoorbeeld op de kop: de projecten stonden bovenaan met daaronder een faciliterend management en niet andersom. Dat vonden ze ingewikkeld.

De maatschappelijke hack van het systeem van het programma Culturele Hoofdstad van Europa kwam pas echt toen de initiatiefnemers eind 2011 de Coöperatie 2018 oprichtten. De plannenmakers zagen dat het dreigde mis te gaan met het proces rondom Culturele Hoofdstad: de politiek snapte niet wat ze wilden en culturele instellingen konden lastig positie innemen vanwege hun verhouding met de overheid. Daarbij was het ook nog eens crisistijd. In de vernieuwingsdrive van de Coöperatie 2018 ontstond het manifest 2018: Zin in de toekomst, dat in feite een eerste schets is van het bidboek waarmee Leeuwarden de titel won.

Goldberg Machine
Interventie plegen en dissensus veroorzaken komen op een uitzonderlijke manier bij elkaar in het project dat voormalig stadskunstenaars Marten Winters, bekend van het Schip de Lading, voor ogen heeft voor Leeuwarden 2018. Hij wil namelijk met mensen uit heel Europa een enorme Goldberg Machine maken, een apparaat dat een simpele taak opdeelt in talloze, onnodige en ingewikkelde handelingen die met een kettingreactie aan elkaar verbonden zijn. Dat moet er ongeveer zo uit komen te zien als in deze reclamespot: https://www.youtube.com/watch?v=eP-v95g2RU8

Het maken van een Goldberg Machine is vanzelfsprekend niet een doel op zich. Winters beoogt met het project een gesprek tussen mensen te starten, ze moeten immers nadenken over wat ze willen maken, hoe ze dat gaan doen en of het past bij wat anderen maken. Het is de ultieme vorm van samenwerking, waarbij niemand wordt uitgesloten en mensen de discussie met elkaar moeten aangaan. Voor de stad is het bovendien enorm veel gedoe om mee te werken aan de realisatie van het apparaat. Het is kortom een artistieke interventie die enorm veel dissensus oplevert.

Poldermodel vergeten
Dat is duidelijk de conclusie van de avond: met  brave kunst gaan we geen echte impact bewerkstelligen met Leeuwarden-Fryslân 2018. Om van Mienskip naar Iepen Mienskip te gaan, moeten we het poldermodel vergeten. Artistieke projecten moeten niet de bestaande orde bevestigen, maar juist tot discussie leiden, de regels betwisten en uitdagen. Het is de dissensus die we nodig hebben om de dialectiek tussen kunst en cultuur te behouden en daarmee de dynamiek in de samenleving. Laten we dat spel aangaan.

Contactpersoon
Rozemarijn StrubbeAdviseur Theater
Werkdagen:ma, di, do
Telefoon:058 234 34 50