Mijn Keunstwurk

Dwarskijkers | Kleur bekennen!

Door:
Marrit Jellema
Door:
Marrit Jellema

Dwarskijkers heeft een primeur in handen. Vanavond vindt het allereerste debat plaats in voormalig poppodium Romein, het ‘gloednieuwe’ huis voor kunst en debat in Leeuwarden. Een avond die zal gaan over hoe ‘inclusief’ het huidige aanbod van cultuur is in Friesland, hoe culturele instellingen en cultuurmakers omgaan met richtlijnen op het gebied van culturele diversiteit en over wat culturele diversiteit nou eigenlijk is.

De Dwarskijkers-avond van 3 oktober vindt plaats in de Westerkerk. Het sfeervolle licht maakt dat de bijeenkomst in de kerkzaal direct intiem aanvoelt. De mensen druppelen binnen en gaan op de kerkbankjes of op de houten stoelen zitten. Het is frisjes. Er wordt getwijfeld of de jas aan of uit moet. Er klinkt geroezemoes. Iedereen is benieuwd naar hoe de avond gaat verlopen.

We zijn met een divers en klein gezelschap vanavond. Divers omdat de mensen in de zaal vanuit hun werk op verschillende manieren verbonden zijn met cultuur. Emiel Copini, werkzaam bij Keunstwurk en ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten waar hij onderzoek doet gericht op de dynamiek achter sociaal-geëngageerde praktijken, praat de avond in het Engels en Nederlands aan elkaar. ‘So what is de rode draad van vanavond?’ vraagt Emiel.

De rode draad van vanavond is diversiteit en inclusie: wat heeft kunst hiermee te maken?

Eric van Hove

De eerste spreker is Eric van Hove. Hij groeide op in Kameroen en vertrok op zijn twaalfde naar België. “Mensen vroegen mij met welke cultuur ik mij verbonden voelde. Er werd mij eigenlijk gevraagd te kiezen tussen Kameroen en België.” Hij voelde zich een buitenstaander. “I discovered a whole new language, which is art.” Een taal die misschien wel grenzen bevraagt, ontkent of verlegt.

Eric is alleen vanavond. Zijn collega’s, bevlogen ambachtslieden uit Marokko, zijn nog aan het werk in de Blokhuispoort. “Jullie moeten vooral naar de Blokhuispoort komen als jullie vragen hebben, een praatje willen maken of willen zien hoe we aan het werk zijn.” Ze werken in de Blokhuispoort aan een reproductie van een motor uit een veldhakselaar. Eric werkt samen met Friese, Marokkaanse, Zweedse en Indonesische vakmensen aan de tentoonstelling. De motor staat eigenlijk symbool voor de diversiteit waar deze avond over gaat. Er wordt gebruik gemaakt van Indonesisch snijwerk, Hindelooper schilderwerk, Marokkaans houtwerk en Zweeds glaswerk. Het motorblok dat ze maken staat volgens Van Hove symbool voor de industrialisatie die in veel landen het einde van het klassieke ambacht betekent. Handwerk is een zeldzaamheid geworden. Met Fenduq wil Van Hove laten zien wat mensenhanden kunnen maken en wat samenwerken kan doen. Het geheel is meer dan de som der delen; wanneer ambachten en identiteiten verbonden worden, ontstaat iets nieuws.

Eric kijkt na een kort praatje het publiek met een glimlach aan. “Ik ben hier niet om een ‘lecture’ te geven. Ik zou graag vragen willen beantwoorden uit het publiek.” De eerste vraag aan Eric gaat over identiteit. Er wordt hem gevraagd welke identiteit hij zijn kunst zou geven, omdat er zoveel verschillende identiteiten in het kunstwerk verweven zijn. Eric lacht. “Ik vind het grappig dat juist deze vraag aan mij gesteld wordt en dat je me eigenlijk wil vragen welke identiteit ik kies.” Hij denkt even na en kaatst de vraag terug het publiek in. “Ik weet het niet. Wat is de identiteit van kunst?”

Voor Eric gaat kunst niet zozeer om identiteit, al was het alleen maar omdat identiteit zo lastig te bepalen is. Voor hem staat het sociale doel voorop. Mensen bij elkaar brengen en simpelweg iets heel moois maken dat ook nog eens tot nadenken stemt.


 

Jantien Kurpershoek

Ook aan de tweede gast wordt de vraag voorgelegd hoe zij zich vanuit haar manier van werken verhoudt tot het vraagstuk rond inclusie. Jantien Kurpershoek stelt een vraag die gelijk voor actie zorgt. “Door wie word jij het liefst welterusten gewenst?” Mensen draaien zich direct om naar hun buurman of buurvrouw en beginnen met elkaar te smoezen. Af en toe klinkt er gegrinnik. Ze kijkt tevreden de zaal rond. De verhalen liggen voor het oprapen. “Ik begin vaak met deze vraag omdat het direct een verhaal oplevert. Iedereen heeft hier een antwoord op.”

Ieder jaar trekt Jantien met een team van theatermakers een wijk in van Groningen. De Wijk De Wereld is een theaterwerkplaats die ieder jaar samen met een wijk en haar bewoners een week lang de schouwburg in Groningen overneemt. Om mensen te enthousiasmeren om mee te doen aan het project, starten ze simpelweg met kennismaken met de mensen. “We gaan gewoon met ze in gesprek. Bijvoorbeeld door het stellen van zulke vragen. Dan komen de verhalen vanzelf.”


 

De Wijk De Wereld

Theaterwerkplaats De Wijk De Wereld is een initiatief van De Oosterpoort, De Stadsschouwburg, Het Noord Nederlands Toneel, Club Guy&Roni en de Wijkjury. In de wijken waar ze werken luisteren ze naar de verhalen van bewoners en maken ze samen met hen muziek en theater. De verhalen blijven niet in de wijk, ze komen tot leven in de Stadsschouwburg van Groningen. “Tijdens mijn studententijd werkte ik in de schouwburg en vond ik dat er te weinig diversiteit was in het publiek dat de schouwburg bezocht. Er werden te veel dezelfde verhalen verteld op het podium.” Ze wilde de schouwburg toegankelijker maken. “De schouwburg is van iedereen. Iedereen betaalt er aan mee en dus zou het voor iedereen toegankelijk moeten zijn.” De Wijk De Wereld verlangt niet naar de grote zaal, maar trekt de schouwburg open en maakt theater in elke hoek van het gebouw. De makers geven een intiem inkijkje in het leven van de mensen in de wijk. Hoe leven ze, waar zijn ze bang voor, waar dromen ze van? In zes groepen wandel je onder leiding van een gids de schouwburg door. De wijk komt die avond tot leven in de schouwburg. Een heel intieme en interessante manier van theater maken.

Jantien sluit, na een video over de laatste editie, haar verhaal af en wil het publiek nog iets meegeven. “Wij vertrekken als makers nooit vanuit het probleem. We gaan wijken in waar vaak wel problemen zijn, denk aan mensen met bijvoorbeeld een huurachterstand. Er wordt vaak bij die mensen aangebeld om het over dat probleem te hebben, en het is heel belangrijk dat dit gebeurt, maar dat is niet onze taak. Wij vertrekken altijd vanuit het verhaal van de mensen in de wijk. Ons motto is dat wij de architecten van het contact zijn. Het eerste wat wij doen in ons werk is contact leggen. Als je dat niet goed doet, als je dat niet goed opbouwt, dan werkt het niet, dan heb je niets.”

Het theater is bij uitstek een plek om de diversiteit in de samenleving te laten zien en verschillende achtergronden een podium te geven. Het verhaal achter de mensen is waar het bij De Wijk De Wereld om gaat.


 

Samen in gesprek

Emiel Copini zet het thema van de avond in een breder verband en nodigt het publiek uit tot gesprek. Hij vertelt over het onderzoek dat hij deed vanuit ArtEZ. Ook instituten vragen zich af of zij inclusief genoeg zijn en handelen. “Intern, kijkend naar de populatie van studenten en docenten, kun je je afvragen hoe divers we zijn. Maar ook als het gaat om participatie en verbinding met de samenleving vragen we ons af of we zijn wat we zeggen te zijn.”

De werkwijzen van zowel Eric als Jantien zijn inspirerend. Kunst kan wel degelijk iets betekenen als het gaat om verbinding met ‘de ander’. Artistieke praktijken worden steeds meer ingezet vanuit een maatschappelijke urgentie. Maar, zo stelt Emiel, “kunst inzetten vanuit sociaal engagement, is ook voer voor discussie”. En dat blijkt, wanneer de stellingen gepresenteerd worden.

Omdat niet iedereen op de stoelen plaatsnam aan het begin van de avond, maar verspreid over de kerkbanken en stoelen is gaan zitten, worden sommige mensen niet verstaan wanneer ze zich in de discussie mengen. “Ik versta er niets van!” wordt er geroepen, waarna iemand voorstelt om de kring kleiner te maken. De mensen staan op uit de kerkbanken en de stoelen worden dichter bij elkaar gezet. Een mooie symboliek aan het begin van de discussie. Dichter bij elkaar komen en iedereen verstaanbaar maken. Na deze handreiking komt het gesprek goed op gang.

‘Helpen is problematisch’

Of je nu wel of geen artistieke middelen inzet, zodra je denkt de ander te moeten helpen, plaats je jezelf eigenlijk al boven de ander. Het wordt dan vanzelf betuttelend. “Nee, zeker niet”, roept iemand, “wanneer je respectvol bent, vanuit gelijkwaardigheid, dan is er toch niets mis met helpen?”

‘De grens tussen kunst en sociaal werk vervaagt, en dat is een goede zaak!’

Ook de tweede stelling doet stof opwaaien. De autonomie van de kunsten tegenover kunst als middel. Het gesprek gaat daarmee onvermijdelijk ook over schoenmakers en leesten. “Waar blijft artistieke vrijheid, kwaliteit en autonomie, wanneer kunst steeds meer wordt ingezet voor maatschappelijke doelen?”

Hoewel de stellingen tot discussie leiden, lijkt het publiek toch vooral gezamenlijk op zoek te zijn naar mogelijke antwoorden. Iedereen is zo bevlogen aan het woord dat de tijd vergeten wordt. Het is helaas alweer tijd om de avond af te sluiten. Er wordt geklapt en de jassen worden aan gedaan. Mensen blijven nog wat hangen, praten wat na. De vleug van mystiek die in de kerkzaal hangt en de gedempte lichten hebben voor een fijne sfeer gezorgd. “Een goede locatie en een interessante avond die nog wel eens herhaald kan worden, we zijn nog lang niet uitgepraat.” En zo is het.

Contactpersoon
Elien CusvellerAdviseur Beeldende Kunst en coördinator Keunstwurkplein
Werkdagen:di, wo, do
Telefoon:058-2343435